Een kleur op een beeldscherm is geen fysiek materiaal. Schermen mengen licht; printers en verf werken anders. Daardoor is een exacte visuele overeenkomst tussen apparaten zonder beheer en proefdruk niet vanzelfsprekend.
Ook bestandsformaten hebben verschillende doelen. Een vectorlogo is geschikt voor schaalbaar lijnwerk, terwijl een foto uit pixels bestaat. Door bronbestand en eindbestand uit elkaar te houden blijft een ontwerp bruikbaar.
Voor logo’s, iconen, lijntekeningen, snijpaden en veel technische vormen is vector vaak ideaal omdat de geometrie schaalbaar blijft. SVG en PDF kunnen vectorinformatie bevatten; voor bewerking is het belangrijk ook het werkbestand te bewaren.
Je monitor blijft RGB-licht weergeven en simuleert hooguit hoe een drukproces eruit kan zien. Het uiteindelijke papier, inkt, profiel en drukproces beïnvloeden het resultaat. Gebruik daarom proefdrukken of fysieke stalen wanneer kleur kritisch is.
Volg de specificaties van het gekozen productieproces: formaat, afloop, kleurmodus, lettertypen, snijlijnen en resolutie kunnen verschillen. Vraag die eisen vóór de definitieve export op in plaats van achteraf een bestand te repareren.
Dit sluit aan op Digitaal en Beeldende kunst. Voor fysieke onderdelen of mallen kan ook 3D-printen nuttig zijn.