Een visuele identiteit is meer dan een logo. Kleur, typografie, witruimte, afbeeldingen, tone of voice en terugkerende layoutkeuzes bepalen samen of mensen iets herkennen en begrijpen.
Belangrijk is dat de keuzes niet alleen in één eindbestand bestaan. Bronbestanden, kleurnotaties en eenvoudige afspraken maken het mogelijk later zelf een flyer, websitebeeld of bord aan te passen zonder alles opnieuw te moeten laten maken.
Bewaar het logo in een schaalbaar formaat waar mogelijk, noteer lettertypen of alternatieven, kleurwaarden en enkele basisregels voor gebruik. Leg ook vast welke bestanden voor scherm, drukwerk en snijwerk bedoeld zijn.
RGB beschrijft licht op schermen; CMYK is een drukproces; Pantone en RAL zijn referentiesystemen voor specifieke fysieke kleuren. Dezelfde “kleur” kan daardoor zichtbaar verschillen tussen monitor, printer, vinyl, kunststof en verf.
Voor vectorwerk kan Inkscape geschikt zijn, voor beeldbewerking GIMP en voor opmaak Scribus of LibreOffice afhankelijk van het document. Het belangrijkst is dat bronbestanden bewerkbaar blijven en niet alleen als platte JPEG of PDF worden bewaard.
Ja. Bij Beeldende kunst en Digitaal kan bijvoorbeeld een ontwerp worden bekeken op scherm en als fysiek proefstuk. Voor houders, letters of onderdelen kan ook 3D-printen aansluiten.